Basisschool bovenbouw

Hoe mooi wit ik ben

3sterillustraties: Martijn van der Linden
Leopold, maart 2016

Maria is twaalf. Ze heeft alles: een rijke vader die eigenaar is van een theeplantage, een moeder die haar haren vlecht, en een stoet tantes die op haar verjaardagsfeest komen. Het mooiste verjaarscadeau krijgt ze van haar vader: een eigen slaafje, opgediend op een zilveren schaal. Haar tante geeft haar een bijbehorend zweepje. Doodgewoon, want als je je slaven te vrij laat, krijg je er later spijt van.
Slaven zijn handelswaar. Als slaafje Koko niet meer bevalt, wordt hij verkocht voor een ander. En als Maria’s moeder jaloers is op de privé-slavin van haar man, dan slaat ze haar met de hak van haar schoen in het gezicht. ‘Net goed,’ lachen de tantes. Slaven zijn geen mensen, vindt Maria. En wat ze wel zijn, daar denkt ze niet eens over na.

In ongeveer veertig korte hoofdstukjes vertelt Maria over haar leven. Het boek lijkt hierdoor op een soort dagboek: korte zinnetjes in de ik-vorm laten zien hoe ver verheven Maria zich voelt boven de slaven op de plantage en in huis. Omdat de (uiteraard blanke) volwassenen in haar omgeving zich net zo gedragen, is het heel logisch dat ze zo denkt. De enkele slaaf die in opstand komt, wordt veroordeeld tot twintig zweepslagen, net als Maria haar toetje opeet. ‘Eigen schuld,’ zegt haar moeder nog laconiek, als ze de slaaf hoort gillen. Het toetje smaakt er niet minder om.
Dit verhaal is schreeuwend onrechtvaardig, juist omdat de hoofdpersoon zo fout is en dit zelf niet beseft. En omdat er letterlijk niets verandert aan de positie van de slaven gedurende het verhaal, is het boek heel indringend. Van een gemiddeld kinderboek verwacht je dat er vroeg of laat een held opstaat die de onderdrukte slaven te hulp komt. Niet dus. Hoe mooi wit ik ben laat de werkelijkheid zien, zoals het er vroeger op een plantage aan toe moet zijn gegaan. Niet meer en niet minder.

Hoe mooi wit ik ben is een knap geschreven boek voor liefhebbers. Het verscheen eerder onder de titel Slaaf kindje slaaf (2006). Door de korte hoofdstukjes en de ruime bladspiegel zou je geneigd zijn te denken dat het een boek voor beginnende lezers is. Niets is minder waar. Vanwege het onderwerp en nog meer vanwege het onrecht tussen de regels door, moet je toch echt meer een stuk ouder zijn. Het is een verhaal dat in een kwartier gelezen is, maar dat veel langer in je hoofd blijft hangen. Ook geschikt voor kinderen die moeite hebben met lezen. Tien jaar en ouder.