Basisschool bovenbouw

Alaska

3sterQuerido, oktober 2016

De eerste dag in de brugklas op een nieuwe school. Parker heeft besloten zo onzichtbaar mogelijk te zijn, dat is het veiligst. Helaas zet ze zichzelf die eerste dag al voor gek door Jingle Bells te blaffen als een hond, alleen maar om te laten zien dat ze het kan. Vanaf dan staat ze bekend als ‘Barker’ zoals Sven haar pesterig noemt.
Sven heeft zich juist voorgenomen om met een briljante stunt binnen te komen. Hij wil niet die zielige jongen uit 1b zijn. Dat mislukt. Al heel snel krijgt hij een epileptische aanval in de klas en weet de hele school dat er iets met hem is.
Dan ontdekt Parker dat Sven een hulphond heeft. En niet zomaar een hulphond, nee, het is Alaska, háár hond, die weg moest omdat haar broertje allergisch was. Ze heeft nu dus nog een reden om de pest aan Sven te hebben. Als ze Alaska wil zien, moet ze ’s nachts naar haar toe. En dat doet Parker. Vermomd, met een bivakmuts op, zodat ze niet herkend wordt door Sven. Toch ontdekt Sven wie dat geheimzinnige meisje is. En dat is het begin van een vreemde vriendschap, met een hond als verbindende factor.

De dag nadat Anna Woltz een Gouden Griffel kreeg voor Gips (2015) verscheen Alaska. Ook dit boek is een Griffelkandidaat. Twee heel verschillende pubers die ieder zo hun eigen probleem hebben, wisselen elkaar af als hoofdpersoon.
Parker heeft vijf weken geleden iets verschrikkelijks meegemaakt, maar dat voel je aanvankelijk meer dan dat je het leest. Met kleine beetjes laat Anna Woltz de informatie vrij. Dat Sven epilepsie heeft (en zich daarvoor schaamt) is veel sneller duidelijk. Hupsakee, een aanval die door nieuwsgierige schoolgenoten gefilmd en doorgestuurd wordt, het zal je maar gebeuren. En dan die stomme hond met dat niet-aaiendekje op. Sven is boos en dwars en reageert zich af op anderen. Logisch dat Parker de pest aan hem heeft en vindt dat zo’n rotjoch haar hond niet waard is.

Een prima boek, bijna net zo goed als Gips, zorgvuldig opgebouwd, met veel verhaallijnen die mooi vervlochten worden, met prachtige zinnen en met een kijkje in de hoofden van twee brugklassers die elkaar niet kunnen luchten of zien. Of juist wel. Want aan het einde komt natuurlijk alles in orde. Alaska is een vlot verteld, fijn leesbaar boek dat je meteen laat verlangen naar het volgende boek van Anna Woltz. Geschikt voor tien jaar en ouder.