Basisschool bovenbouw

Ik ben Vincent en ik ben niet bang

3sterillustraties: Maartje Kuiper
Luitingh Sijthoff, augustus 2017

Vincent weet alles over survivallen: hij spelt het Surivalhandboek, leert de tips uit zijn hoofd en legt een survivalkit aan, vol voorwerpjes die handig kunnen zijn als je per ongeluk in de wildernis terecht komt. Maar Vincents eigen rampgebied bevindt zich midden in de stad. Naar school gaan is de grootste survivaltocht die er is. Elke dag opnieuw wordt Vincent opgewacht, gepest, geslagen. Zijn spullen worden vernield, zijn spreekbeurt verknoeid. Een schooldag is een buikpijndag. En het ergste start over zeven dagen: het schoolkamp.
Dan komt er een nieuw meisje in de klas. Ze heet Jasmijn, laat zich ‘De Jas’ noemen en ze is van niemand bang. Vincent kan bijna niet geloven dat zij wél met hem wil omgaan.
Ondanks De Jas wordt het kamp zo’n ramp dat er voor Vincent niks anders opzit dan ’s nachts op de vlucht te slaan voor zijn kwelgeesten. Helemaal alleen moet hij zich zien te redden in de Ardennen, survivalexpert of niet. Maar Vincent is niet zo alleen als hij zich voelt.

Feilloos weten pestkoppen die introverte, gevoelige kinderen eruit te pikken. Vincent is zo’n jongetje. “Ik weet niet wat er eerder begon: dat ik me anders voelde, of dat ze anders tegen me deden,” zegt hij. Toen hij klein was, vond hij andere kinderen een beetje eng. Hij wist niet hoe hij mee moest doen. En daarna begon het gepest. Om zijn eenzaamheid te overwinnen, verzint Vincent vier dieren die hem gezelschap houden: het veulen, de eekhoorn, het torretje en de worm. Zij praten tegen hem, vertellen flauwe moppen, moedigen hem aan.
De Jas is van een heel andere orde. Zelfstandig, brutaal, niet bang voor pestkoppen en meelopers. Bestaan zulke sterke meisjes van elf, twaalf jaar? Je gunt Vincent van harte zo’n eigengereide vriendin, maar het is wel wat moeilijk om je met De Jas te identificeren.

Dit boek geeft een prachtig kijkje in het hoofd van een jongen die ‘anders’ is, al is volgens De Jas iedereen anders. Boeken over pesten zijn er zoveel, maar Ik ben Vincent en ik ben niet bang toont aan dat je in jezelf moet geloven en jezelf moet accepteren. Daarmee heeft het een voorsprong op alle gangbare verhalen met pestprotocollen en andere goedbedoelde onzin. Het boek heeft een open einde, maar het gaat in orde komen met Vincent. Dat moet wel. Ik ben Vincent en ik ben niet bang is een troostrijk en subtiel boek voor alle kinderen die anders zijn dan anderen. Voor iedereen dus. Tien jaar en ouder.