Basisschool bovenbouw

Het werkstuk, of hoe ik verdween in de jungle

3sterillustraties: Karst-Janneke Rogaar
Querido, november 2019

Als Eva (bijna dertien) op school een werkstuk moet maken over iets waar ze meer over wil weten, kiest ze als onderwerp ‘biologische vaders’. Ze weet namelijk niet wie haar eigen vader is, behalve dat haar moeder hem ‘een worm’ of ‘die vent’ noemt, dat hij in Suriname woont en dat hij waarschijnlijk elf tenen heeft. Die heeft ze zelf namelijk ook.
Omdat ze van haar moeder niks wijzer wordt, schakelt Eva stiekem het televisieprogramma Verloren Tijd in. Die zijn eigenlijk niet zo geïnteresseerd, tot ze horen dat Eva de dochter is van de beroemde zangeres Silla Loks. Eva mag mee naar Paramaribo, waar een halftante van haar woont. Die tante lijkt wel te weten waar Eva’s vader woont, maar ze wil niks loslaten. Eva besluit in haar eentje op zoek te gaan, met de vage aanwijzingen van haar tante. Ze is vastbesloten haar vader te vinden. Maar wat is dat eigenlijk: een vader?

Eva is een meisje met heel veel lef. Ze schrijft haar werkstuk toch over dat onderwerp dat eerder door de juf zo ongeveer was afgekeurd. Ze haalt zich de woede van haar moeder op de hals door een Spoorloos-achtig programma in te schakelen, op zoek naar die vader waar haar moeder véél meer over moet weten dan ze loslaat. En eenmaal in Suriname gaat ze in haar uppie eropuit om haar vader te zoeken – zonder die irritante camera’s achter zich aan.
Je bent al heel snel dol op Eva. Volkomen logisch dat een twaalfjarige nou eindelijk wel eens wil weten wie ze is en hoe ze aan dat bruine vel en die elf tenen komt, en vreemd dat haar moeder niks wil loslaten over ‘die vent’. Er blijkt een soort familiegeheim te zijn, een geheim dat haar moeder liever niet in de roddelbladen wil teruglezen.

Het werkstuk is toegankelijk geschreven, maar het verhaal heeft vele lagen en verveelt geen seconde. Als Eva tenslotte haar vader vindt, is die ontmoeting natuurlijk heel anders dan ze had verwacht, en ook heel anders dan je in die gladde tv-programma’s ziet. Maar goed dat er geen camera’s bij waren, denkt Eva.
Toch lijkt het voor de lezer of Eva een camera op haar voorhoofd heeft, want zeker tijdens haar tocht door Suriname zie je alles voor je alsof je met haar meekijkt en meevoelt. Het werkstuk is bijna 400 pagina’s lang een ontdekkingstocht van een meisje naar wie ze is en naar haar familie en vrienden. Een schitterend boek en een regelrechte aanrader voor gretige lezers van elf jaar en ouder.