026-4451277

3stervertaling: Reggie Naus
illustraties: Andrew Pinter
Ploegsma, april 2013

Nurdius Maximus droomt ervan om de grootste held te worden van de Romeinse geschiedenis. Helaas moet er nog heel wat gebeuren voor hij die geweldige krijger is, want momenteel is hij een onopvallend jongetje van twaalf jaar, dat te klein is voor zijn leeftijd en amper een zwaard kan vasthouden. Volgens zijn vader is zijn oudere broer Spierus voorbestemd om iets geweldigs te doen, maar kan Nurdius zich beter voorbereiden op iets ‘minder fysieks’. Toch staat Nurdius erop dat hij lessen in vechten mag hebben. En die krijgt hij, van Stevigus. Die lessen zijn uiteraard geen succes.
Dan luistert Nurdius per ongeluk in het badhuis een gesprek af, van een paar mannen die van plan zijn een aanslag te plegen op Julius Ceasar. Dit is Nurdius’ kans om eindelijk die held te worden! Als hij het leven van Caesar redt, dan is zijn plaats in het hiernamaals alvast verzekerd.

Bram Botermans meets Asterix. Nurdius moet een verre voorouder zijn van de held uit Het leven van een Loser. (Jeff Kinney, De Fontein) Bijna alles is al eerder vertoond: het makkelijke, snelle lezen, de schrijfletter, de vele cartoonachtige illustraties, de dagboekvorm, de toon en de onhandigheid van de hoofdpersoon (terwijl hij zichzelf natuurlijk als een briljante held ziet). Het boek van 191 bladzijden is in een razend tempo te lezen; zelf op een doodenkele bladzijde zonder plaatje staan maar 124 woorden.

Dit alles maakt van Het dagboek van Nurdius Maximus een kloon die kan meedobberen op de hype omtrent de Loser-boeken. Het heeft allemaal niet veel om lijf, al steek je al lezende wel wat op over het leven van een jongen met rijke ouders in het Rome van zo’n 2100 jaar geleden.
Geschikt voor fans van Losers en Mutsen, voor dyslectische lezers die geen dun dyslexieboekje willen, voor liefhebbers van melige humor en cartoons, en voor luie lezers. Tien jaar en ouder.

Top