026-4451277

3sterillustraties: Marije Tolman
Lemniscaat, mei 2011
Zilveren Griffel 2012

Robin is verhuisd. Samen met papa, mama en babyzusje Suze woont hij in een nieuw huis, vlakbij de school waar papa meester is. Zijn bed staat nu aan de verkeerde kant van de kamer, maar dat is niet zo erg. Wél erg is dat bij de trap een wolf woont. Een enge wolf met gele ogen die alleen tevoorschijn komt als Robin alleen is.
Verder is het een leuk huis. De buren wonen op een boerderij en Robin helpt met hooien. Dan krijgt papa de griep en mag Robin bij opa en oma logeren, zodat papa hem niet kan aansteken. Maar stel je voor: als Robin een paar dagen bij opa en oma is, krijgt hij ook griep!
Robin vertelt aan papa over de wolf bij de trap. En dan vertelt papa dat hij vroeger óók bang was voor een wolf. Maar papa zei dan altijd een versje op, zodat hij veilig de trap op kon. Gelukkig heeft Robin ook zo’n toverspreuk om de wolf onschadelijk te maken: O rode papaver, boem pats knal!

Eindelijk is dit negende Robin-boek dan toch verschenen. Je zou zeggen dat na acht delen er toch enige herhaling in de verhalen sluipt, maar niets is minder waar. Opnieuw voert Robin prachtige originele filosofische gesprekken met zijn opa en bedenkt hij zelf heel bijzondere dingen. Als je op de zon woont, heb je altijd warme voeten. Met dit soort juweeltjes van zinnen staat het boek vol.

‘Wie goed kan kijken,’ zegt opa, ‘krijgt een hoofd vol mooie dingen.’ Had ieder kind maar zo’n opa als Robin, en ook zo’n papa, mama en klein zusje. De omgeving waarin Robin opgroeit is heerlijk veilig. Natuurlijk is er die enge wolf bovenaan de trap, maar Robin kan vertrouwen op zijn vriend-en-knuffel Knor én op de volwassenen in zijn omgeving die hem helpen over zijn angst heen te komen.

Hoewel ik Robin nog altijd zie als dat blonde jongetje dat ooit door Sandra Klaassen is getekend, verdienen de mooie gekleurde illustraties van Marije Tolman een extra compliment. Samen met de prachtige, poëtische taal van Sjoerd Kuyper zorgen ze ervoor dat dit laatste Robin-boek een waardige afsluiter van de serie is.
O rode papaver, boem pats knal! is geschikt om voor te lezen aan kinderen vanaf vijf jaar. Zelf lezen vanaf acht.

Top