026-4451277

3sterLeopold, november 2009

Op de verjaardag van zijn kleine zusje Doortje (Pluis) krijgt Boudewijn ineens een paniekaanval. Hij kruipt met barstende hoofdpijn in zijn bed, en komt er daarna niet meer uit. Hij is totaal apathisch. Na een paar weken geeft zijn vader hem een schrift en een stapeltje cd’s: Bou moet elke dag iets opschrijven en naar een cd luisteren, en anders wordt hij opgenomen op psychiatrie. Stafwerk, vindt Bou. Dat schrift is dus nadrukkelijk géén dagboek, want welke jongen van 16 houdt er nou een dagboek bij?
Gaandeweg blijkt dat Boudewijn het erg moeilijk heeft met de dood van zijn moeder. Zij was manisch depressief en is enkele jaren geleden voor een trein gesprongen. Bou is met een hoop woede blijven zitten. Het is en blijft een kutstreek van haar dat zij er lekker tussenuit gepiept is, en de rest van het gezin in de hel achterliet. Langzaam ziet Bou in dat het ‘strafwerk’ van zijn vader hem helpt om zich weer wat beter te gaan voelen.

Geen dagboek, wel elke dag een aantekening van een jongen van ongeveer 16. Als dit wel een dagboek was, zou Boudewijn vast niet zo gedetailleerd vertellen over de dood van zijn moeder, over hoe zijn vader reageerde, over zijn eigen reactie. Een dagboek is particulier, in een dagboek geef je geen flash-backs. Bou heeft het duidelijk tegen een buitenstaander, waardoor de lezer zich geen gluurder voelt. De vraag is tegen wie Bou het nou wel heeft. Daar komt geen antwoord op.

Het boek geeft een mooi kijkje in het hoofd van een jongen met een trauma. Hij is woedend op zijn overleden moeder. Op die emotie rust een taboe; zijn moeder was immers ziek en stierf een gruwelijke dood. Het duurt dan ook een tijd voor Bou die woede in de juiste banen kan leiden. Als hij eenmaal het schrift heeft, gaat het vrij snel: het niet-dagboek loopt van 7 februari tot 25 april. Bou is nog niet klaar, maar hij komt er verder wel uit.

Niet alle personages uit het boek zijn even geloofwaardig: Pluis is erg wijs voor haar zeven jaren, tante Marjan en oma zijn te ideaal en Bou’s klasgenote en vriendin Pauline is nogal bijzonder. Bou’s verhaal laat zien hoe ontredderd een puber achter kan blijven nadat een ouder suïcide pleegde. De kaft heeft een te lichte kleur, waardoor dit boek te veel op een oppervlakkig meisjesboek lijkt. Dat is het uitdrukkelijk niet. Dit is geen dagboekis geschikt voor lezers (m/v) vanaf veertien jaar die een pittig onderwerp als zelfmoord aankunnen.

Bestellen

Top