026-4451277

3sterQuerido, april 2004
Bekroond met de Gouden Zoen 2005

Sittard, augustus 1937. Het gezin Boon, bestaande uit oma Mei, de Pap, vier grote broers en drie kleine zusjes, verhuist naar een groot huis buiten de oude stad waar niemand anders wil wonen. Op het huis van Negen Open Armen lijkt een vloek te rusten. De zusjes Fing (11), Muulke (10) en Jes (9) ontdekken dat het huis een vreemd verleden heeft, dat er geheimen zijn en oude verhalen die met hun huis te maken hebben. Met heel kleine beetjes ontdekken ze wie vroeger in hun huis gewoond heeft, hoe het komt dat de voordeur aan de achterkant zit, van wie het vreemde bed met houtsnijwerk is dat ze in de kelder vinden en waarom de grafsteen op het kerkhof tegenover hun huis geen inscriptie heeft.

Het verhaal wordt grotendeels in de ik-vorm verteld door het oudste zusje Fing (Fien). Het boek bestaat uit drie delen; het eerste en derde deel sluiten op elkaar aan, het tweede deel is een oud verhaal dat door oma Mei verteld wordt. De taal is wat moeilijk te lezen, vaak gebruiken de zusjes in hun spreektaal dialect. Achterin het boek is een verklarende woorden- en namenlijst opgenomen. Door de taal krijgt het boek wel een heel eigen sfeer; het heeft iets ouderwets en geheimzinnigs.
Het begin van het boek is wat verwarrend en nodigt niet uit tot doorlezen. Er komen nogal wat rare namen voor als Muulke, Pei en Krit, zodat het zeker in het begin wat lastig is om alle personages uit elkaar te houden.
Het geheim van dit boek wordt heel langzaam ontrold. Al vroeg voelt de lezer dat er iets mis is met het huis en dat het iets te maken heeft met iemand die er vroeger woonde. Er komen kleine oplossingen, maar die roepen ook weer nieuwe vragen op en die nieuwe vragen worden zorgvuldig één voor één beantwoord. Vaak gebeurt dat heel suggestief en staat er niet eens letterlijk wat er nou aan de hand is, waardoor er heel veel spanning in dit boek zit. 

Negen Open Armen is prachtig boek, maar dat zeg ik als volwassen lezer. Het boek is zeker niet makkelijk; het is wel een historisch boek, maar absoluut niet in het Thea-Beckman-genre. Het is een boek voor fijnproevers die van verhalen over ‘vroeger’ houden, lezers vanaf een jaar of 13 en veel ouder. De kaft is helaas niet mooi (foto van veel te moderne kinderen), maar laat je hierdoor niet afschrikken. Lees ook het vervolg: De hemel van Heivisj.

Top