026-4451277

3sterDe Fontein, 1e druk, september 2001
7e druk, april 2010
Woutertje Pieterse Prijs 2002
Gouden Griffel 2002

Amsterdam, winter 1947. De hele oorlog is het goed gegaan, maar met kerst 1945 overleed de moeder van Thomas aan zoiets stoms als de griep. Thomas is niet zielig. Op school laat hij al een jaar niks merken, hij verzint wel een mooi verhaal als iemand hem iets vraagt, of hij vloekt een keer stevig. Hij redt zich ook best met alleen een vader, vindt hij. Maar als zijn vader voor enkele maanden werk vindt in Duitsland, wordt het lastiger. Thomas moet logeren bij tante Fie, maar die heeft haar enkel bezeerd en kan eigenlijk niet goed voor haar neefje zorgen. Daarom verhuist Thomas naar zijn klasgenoot Piet Zwaan. Zwaan woont bij zijn nichtje Bet en tante Jos in een groot huis, dus daar past hij makkelijk bij. Bet is al dertien en Thomas is al gauw smoor op haar. Maar er is ook iets eigenaardigs in huis. Tante Jos is vreemd, ze slikt veel medicijnen en slaapt vaak overdag. ’s Nachts spookt ze rond. Bet gaat niet naar school, ‘overmorgen ga ik wel,’ zegt ze zelf. De vader van Bet en de ouders van Zwaan zijn nergens te bekennen. Het heeft iets met de oorlog te maken, maar Thomas begrijpt niet goed wat. Langzaam leert hij begrijpen wat er met de familie van Zwaan en Bet gebeurd is. De oorlog is al bijna twee jaar voorbij, maar helemaal over gaat het nooit.

Wanneer je iets niet begrijpt, kun je vragen hoe het precies zit, maar als je een heleboel niet begrijpt, vraag je niks omdat je bij god niet weet waar je moet beginnen.’ Dat zijn de woorden van Thomas. Aan hem wordt niets verteld, volwassenen houden hem overal buiten. Zwaan vertelt hem dat zijn vader hem in 1941 naar kennissen in Deventer bracht en dat hij daarna zijn ouders nooit meer gezien heeft. Thomas begrijpt werkelijk niet waarom. Hij weet echt niet wat onderduiken is, wat er met Joden gebeurde in de oorlog, snapt niet waarom Zwaan een hekel heeft aan treinen die uit het oosten komen.
Voor de buitenstaander lijkt Thomas een straatschoffie, een slecht opgevoede jongen die plat praat, altijd kapotte knieën en een druipneus heeft en aan een stuk door leugens vertelt. In werkelijkheid is hij een onzeker kind dat hele werelden bij elkaar fantaseert en hunkert naar genegenheid en vriendschap.

‘Een schitterende roman over het grote verzwijgen van vlak na de oorlog, over het eerst niet en later wel verwerken van verdriet,’ aldus het juryrapport van de Woutertje Pieterse Prijs. Winterijs is een prachtig boek voor goede lezers en fijnproevers vanaf 13 jaar.

Bestellen

Top